De toekomst van een lokaal bestuur: doen waar je goed in bent

Opinie: Yorick van den Berg

De afgelopen jaren was, en de komende jaren is, er sprake van een herindelingsgolfje in gemeenteland. In een eerder opiniestuk heb ik al een aantal suggesties gedaan voor aanscherping van het Beleidskader Herindeling om de keuze voor herindeling beter te onderbouwen.

Opschaling is niet de enige route

Opschaling is niet de enige route om tot een effectiever lokaal bestuur te komen. Opschaling kent ook nadelen en doet bijvoorbeeld geen recht aan de ervaren nabijheid van het bestuur. Een argument dat in de huidige campagnes voor de gemeenteraadsverkiezingen vaak gebruikt wordt. Job Cohen heeft recent een vijftal wensen voor de ideale gemeente geformuleerd. Kort gezegd komen die wensen neer op een raad die de burgemeester kiest, een goede betaling van raadsleden, een bestuur dichter bij de burger, burgers die echt meepraten en het Rijk dat de lokale media financiert. Vrijwel allemaal sympathieke wensen, maar of die de bestuurskracht van gemeenten doen toenemen is maar de vraag.

Een bestuur dichter bij de burger

Vooral de toelichting die Cohen geeft op ‘een bestuur dichter bij de burger’ snijdt hout. Cohen pleit voor het serieus werk maken van deelgemeenten, stadsdelen en dorpsraden, juist omdat de afstand tussen burger en bestuur groeit als gevolg van opschaling. Hij plaatst terecht de kanttekening dat de stadsdelen en deelgemeenten in Rotterdam en Amsterdam hebben geleid tot teveel bestuurlijke drukte en onvoldoende duidelijke afgrenzing van taken en bevoegdheden. De oplossing die Cohen voorstelt voor dit nadeel is ‘blijvend onderhoud’ en stadsdelen/dorpsraden met taken en bevoegdheden die passen bij hun omvang.

Waar dat ‘blijvend onderhoud’ uit bestaat en wat dan taken en bevoegdheden zijn die passen bij de omvang van deze stadsdelen en dorpsraden, blijft onduidelijk. Een dorps- of wijkraad is eerder een verbindende schakel tussen gemeente en inwoners, maar geen zelfstandige bestuurslaag. Het vraagstuk is bovendien groter dan alleen de afstand tussen burger en bestuur. Het gaat bij kleinere gemeenten vooral om de vraag of de gemeente ook de taken kan waarmaken. Laat daarom (vooral kleinere) gemeenten zelf bepalen welke taken zij nog zelf willen uitvoeren. Dat kan betekenen dat een gemeente ervoor kiest om taken los te laten en over te dragen naar bijvoorbeeld de centrumgemeente. Dan blijft er democratische controle op deze ‘afgestoten’ taken en kunnen kleinere gemeenten gewoon de dingen blijven doen waar ze goed in zijn.

Er is geen jas die iedereen past!

Ik pleit voor het motto ‘je bent er van en zo niet: dan neem je er afscheid van’. Discussies over een democratisch gat zijn verleden tijd en je behoudt de binding met de burger. Hiermee wordt voorkomen dat de gemeente – vanuit een sentiment van korte lijnen met inwoners – tegen beter weten in taken blijft uitvoeren waar ze niet goed in kan worden of zoveel taken heeft overgedragen dat er toch geen invloed meer is. Dat biedt bovendien ruimte voor vormen van regionale netwerksamenwerking, zonder last te hebben van een verlammende democratische controle via de verlengde arm. Samengevat: neem afscheid van de gemeente als een bestuurslaag die overal dezelfde taken en bevoegdheden heeft. Er is geen jas die iedereen past.

Wilt u hierover van gedachten wisselen?

Ik ga graag met u in gesprek.

Yorick van den Berg
Adviseur
E: y.berg@bagroep.nl
T: 06 50 69 53 45

 

Maart 2018