Opinie

Ik neem jullie regelmatig mee in het dynamische domein van welzijn en zorg. Of zoals we het tegenwoordig noemen: sociaal werk en zorg. Mijn eigen ervaringen vormen de basis. Om te prikkelen en het gesprek aan te gaan. Deze keer over de waarde van sociaal werk (welzijn) als wijkregisseur in relatie tot de zorg.

Opinie: Oscar Papa

Weg met het Calimero-imago

Kent u hem nog, Calimero, het kleine zwarte kuiken met de halve eierdop met een barst op zijn koppetje. Met de legendarisch geworden uitspraak:

Zij zijn groot en ik is klein, en da’s niet eerlijk, o nee”.

Dat gevoel bekruipt mij in de hedendaagse dynamiek van het sociaal domein, waar sociaal werkorganisaties in de wijk in euro’s en aantallen medewerkers vele malen kleiner zijn dan de zorggiganten die ook in dezelfde wijk actief zijn. Dat welzijn Calimero was, herken ik enigszins uit het verleden. Dat hedendaags sociaal werk Calimero is, herken ik totaal niet in de huidige opgaven waar het sociaal domein voor staat!

Gebiedsgerichte regie van welzijn en zorg

Als je echt wilt vernieuwen in het sociaal domein en concreet gestalte wilt geven aan de transformatie, moet je sociaal werk een sterke rol geven als gemeente. Zeker als het gaat om bewoners met multi-problematiek. Durf dan ook de ‘bordjes’ te verhangen. Daarmee bedoel ik dat sociaal werk in de wijk de regierol moet kunnen (en durven!) pakken en de zorg mee moet nemen in de vernieuwing van het sociaal domein. Poeh, poeh, zullen sommigen van u zeggen, Calimero stampt ook mee. Jazeker, want de zorg werkt nog veel met individuele zorgindicaties, strakke productienormen en specialisme-afbakening. Veel hulp- en ondersteuningsvragen van kwetsbare bewoners passen daar tegenwoordig niet meer in. Wat wij tegenkomen in ons werk zijn wijkbewoners met schulden, depressies, mensen die eenzaam zijn of verward of een kind hebben met gedragsproblemen. En veel bewoners hebben een combinatie van bovengenoemde zaken, ofwel multi-problematiek. Daarin is zorg misschien nog het minst de eerste sleutel naar een oplossing die echt voor ze werkt. De eerste sleutel ligt dan bij het sociaal werk in de wijk. Zij kunnen bijvoorbeeld als eerste schulden aanpakken. Je zal moeten schakelen op al die problemen, en wel in afstemming en samenhang.

En daar begint de regie. Behalve een paar gemeenten (zoals Alphen aan den Rijn en Hollands Kroon, waar één aanbieder zowel de toegang, het welzijn en de Wmo-zorg heeft toebedeeld gekregen), verdelen gemeenten hun budgetten nog steeds over de verschillende sectoren van het sociaal domein: een budget welzijn, een budget Wmo en een budget jeugdhulp. Met de bijbehorende schotten. In die realiteit moeten welzijn en zorg gaan samenwerken. Hoe dan?

Stap voor stap

  • Stap 1 is dat alle betrokken uitvoeringsorganisaties in een wijk of gemeente door dezelfde deur moeten willen stappen om het bestaande los te laten, hun eigen bedrijfsvoering niet boven alles laten prevaleren en bereid zijn nieuwe arrangementen op te zoeken. Dat gaat niet vanzelf, kan ik uit eigen ervaring zeggen, het gaat met vallen en opstaan maar geeft ook nieuwe energie aan onze medewerkers in de wijk zodra resultaten zichtbaar worden. Onze medewerkers zitten namelijk niet te wachten op schotten, maar op resultaat dat echt iets oplevert voor bewoners.
  • Stap 2 is dat de driehoek toegang (bestaande uit de sociale teams of wijkteams, het sociaal werk en de gespecialiseerde zorg) integraal en samen met elkaar optrekken. Zij zorgen samen voor nieuwe integrale (welzijns)arrangementen in de wijk. Het nieuwe ruimte geven, betekent dat de sociale teams of wijkteams ook sneller doorverwijzen naar zo’n nieuw integraal welzijnsarrangement en niet meer naar het bestaande individuele Wmo-zorgarrangement.
  • Stap 3 is dat je geen grootse plannen en structuren maakt in de wijk, maar dat je aan de slag gaat met je oplossing en dat er met kleine pilots en projecten gestart wordt. Bij succes schaal je die pilots vervolgens radicaal op naar ongoing business. Dus waar deze projecten en pilots er nu nog een beetje bij hangen, en soms zelf stoppen als het stimuleringspotje stopt, je het dan echt omdraait en dure individuele Wmo-zorgarrangementen tot een uitzondering bestempelt. Namelijk voor die circa 20% die echt eerst intensieve zorg nodig heeft. Voor de overige 80% bied je in de toekomst alleen nog collectieve welzijnsarrangementen in de wijk aan, met een mix van informele en formele zorg.

En waarom dan de regie bij sociaal werk in de wijk? Sociaal werkorganisaties werken wijkgericht, werken laagdrempelig en outreachend, zijn bezig op alle sociale leefdomeinen van de bewoner en stimuleren het vergroten van de eigen draagkracht van de bewoners. Vanuit het perspectief dat meer draagkracht betekent dat je beter kunt participeren en meer participatie tot een groter welbevinden leidt. Ofwel: om de bewoner zelf weer aan het roer van zijn of haar leven te zetten. Zie de uitgangspunten van Positieve Gezondheid van Machteld Huber. Bovendien zijn sociaal werkorganisaties als kleinere partij in de wijk richting de grote zorgpartijen geen concurrent en daarmee minder bedreigend en eerder geaccepteerd als regisseur.

Een praktijkvoorbeeld: de Parasolgroep in Rotterdam IJsselmonde

In Rotterdam kregen wij als opdracht mee van de gemeente:

Vorm als welzijnsaanbieder in je werkgebied een coöperatief samenwerkingsverband met de preferente Wmo-zorgaanbieders en aanbieders van jeugdhulp”.

Oké, een samenwerkingsverband was snel gevormd. Inmiddels zijn zo’n twintig zorgorganisaties aangesloten. Sociaal werk zit het voor en trekt het verband. Maar dan? In het begin zijn we simpelweg begonnen met bij elkaar komen. Bestuurders en directeuren in een bijeenkomst, die goede ideeën en initiatieven bedachten… En toen werd het stil! Tsja, in de klassieke valkuil gelopen om van bovenaf een integraal plan te bedenken, zonder dat onze professionals op de werkvloer aan tafel zaten. Vandaar eind 2017 een herstart. Niet de leiding bedenkt wat de wijk nodig heeft, maar onze professionals in de wijk. Hoe?

Geef de werkvloer veel meer ruimte voor initiatief

Allereerst zijn we onze gezamenlijke professionals op de werkvloer met elkaar op wijkniveau in contact gaan brengen. Klinkt logisch, maar levert toch verrassende resultaten op. Onze wijkmakelaar organiseert nu iedere maand een werkontbijt voor de ambulante zorg- en welzijnswerkers in de wijk. Het gaat dan om de sociaal werker, de wijkverpleegkundige, de casemanagers ouderen, etc. Het gaat echt om de werkvloer, diegenen die contact hebben met bewoners en cliënten in de wijk. Doel: elkaar snel en makkelijk kunnen vinden om concrete en actuele knelpunten op te lossen voor bewoners met een meervoudige ondersteuningsvraag. Bij elkaar zitten levert namelijk snellere en meer verrassende oplossingen op dan via overlegstructuren. Dat varieert van elkaars locaties kunnen gebruiken, tot gezamenlijke acties uitvoeren in de dagelijkse praktijk van elkaars werk. De wijkmakelaar van ons fungeert als “olievrouwtje”, waar men ook tussen de bijeenkomsten door terecht kan met signalen. En iets simpels als een eigen Whatsapp-groep doet ook wonderen in het samenwerken!

Een ander simpel maar erg goed werkend initiatief is ons Vlechtwerk. Wekelijks komen de ambulant werkers van zorg en welzijn bijeen op dinsdagochtend in het Huis van de Wijk. Doel: inbreng, bespreken en oplossingen zoeken voor cliënten die tussen “tussen wal en schip” van welzijns- en zorgsectoren vallen. Ook het wijkteam sluit periodiek aan. Zo kunnen we praktische doorbraken realiseren om escalatie te voorkomen van dringende situaties bij bewoners die thuis wonen. Het gaat in ons werkgebied om veel 75-plussers en bewoners met psychische problemen.

Nog een voorbeeld: vroegsignalering en huisbezoeken. Als je elkaar als professionals in de wijk goed kent, komen alarmerende signalen uit de werkpraktijk van een zorg- of sociaal werker sneller op de juiste tafel. Onze sociaal werker gaat er dan al dan niet met een zorgprofessional op af door middel van een huisbezoek. Sommige hulp- of ondersteuningsvragen zijn met twee of drie huisbezoeken al een eind op weg naar de oplossing die werkt.

Strategische agenda

Doen we als bestuurders en directies dan niets meer? Jawel, vier keer per jaar komen we bijeen rond specifieke thema’s die urgent zijn in de wijk. Met telkens aan het eind van de bijeenkomst als onvermijdelijke vraag van mij als voorzitter: “wie gaan concreet aan de slag?”. Dat heeft bijvoorbeeld twee in voorbereiding zijnde pilots opgeleverd op het gebied van laagdrempelige niet-geïndiceerde dagbesteding in de Huizen van de Wijk. Deze starten in 2019. Eén voor (licht-) dementerenden en ouderen met een verstandelijke beperking en één voor bewoners met verslavings- en psychiatrische problemen. Ook starten we in 2019 met een Herstelacademie. Dat is een centrum in de wijk voor en door mensen met een (ernstige) psychische aandoening en/of verslaving. Zonder indicatie, waar ervaringsdeskundigen groepsgewijs samen met de deelnemers cursussen en activiteiten vormgeven, primair gericht op het persoonlijk en maatschappelijk herstel.

Calimero is klein maar tegelijkertijd ook groots

Weer even terug naar Calimero. De kracht van sociaal werk is dat we gebiedsgericht werken, het formele en informele wijknetwerk goed kennen en ook nog eens veel van de kwetsbare bewoners in onze Huizen van de Wijk binnenkrijgen of thuis bezoeken. De kracht is ook dat sociaal werk werkt vanuit de gedachte van Positieve Gezondheid. In die visie is gezondheid en welbevinden niet langer meer strikt het domein van de zorgprofessional, maar van ons allemaal. Verschillende dimensies zijn relevant voor het vermogen van bewoners om met veranderende omstandigheden om te gaan.

Wij zijn als sociaal werk misschien klein qua formaat, maar dat is wel erg handig als oliemannetje of -vrouwtje in het “hoofdveld” van de bewoner die snel passende zorg én ondersteuning nodig heeft. En we zijn geen zorgconcurrent en dus niet bedreigend. Daarom past de regierol zo goed. Of in nieuwe Calimero-termen geformuleerd:

Wij zijn klein en zij zijn groot, maar da’s wel erg nuttig als regisseur in het sociale domein van de wijk!”

 

Januari 2019

Onze organisaties