Zijn we het doel van inburgering uit het oog verloren?

Blog

‘Natuurlijk mislukt het inburgeringsbeleid, dat hadden we kunnen weten’, zo luidt de titel van een gepubliceerd artikel op Sociale Vraagstukken. Uit verschillende berichtgevingen komt een overwegend negatief beeld naar voren over het huidig inburgeringsbeleid in Nederland. Steeds minder inburgeraars halen het examen. De gemeente weer in de regierol lijkt de ideale oplossing. Maar is dit ook zo? 

Wet inburgering 2013

Op 1 januari 2013 is de Wet inburgering 2013 (afgekort: Wi2013) ingevoerd en zijn alle inburgeraars verantwoordelijk voor hun eigen inburgering. De inburgeraars dienen ervoor te zorgen bínnen drie jaar aan de inburgeringsplicht te hebben voldaan. Lukt dit niet, dan riskeren zij een financiële dan wel verblijfsrechtelijke sanctie. De mediaberichten zijn eensluidend: dit hernieuwde inburgeringsbeleid werkt niet. En dit is niet alleen het beeld van de media. Uit een recent onderzoek van de Algemene Rekenkamer (2017) blijkt dat het slechts een derde van de inburgeraars lukt om binnen drie jaar het examen te halen. Inburgeraars hebben veel moeite om hun eigen inburgeringstraject te bepalen en hebben daarbij méér ondersteuning nodig.

Terug in de tijd

De verantwoordelijkheid van inburgering moet niet uitsluitend bij de inburgeraar komen te liggen. Maar wat werkt dan wel? In Nederland lijken de neuzen dezelfde kant op te staan: de regierol moet weer bij gemeenten belegd worden. Gemeenten zijn immers al verantwoordelijk voor het welzijn van al hun inwoners. Dit lijkt een logische stap, maar gaan we dan niet terug in de tijd? Onder de Wet inburgering 2007 (afgekort: Wi2007) hadden gemeenten immers al een regierol. En er waren meer overeenkomsten met de Wi2007. Zo was in beide wetten sprake van een vooraf bepaald inburgeringstermijn, resultaatverplichting van de inburgeraar, marktwerking, het opleggen van sancties en minimaal A2-examenniveau. Het meest opvallend is misschien wel dat onder de Wi2007 eveneens is geëxperimenteerd met eigen verantwoordelijkheid van inburgeraars. Dit veranderde echter snel, toen deze eigen verantwoordelijkheid van inburgeraars niet haalbaar bleek.

Nadruk op het doel

Moet er niet minder naar regie op het inburgeringstraject gekeken worden, maar meer naar het doel van inburgering? Onderzoeker De Waal adviseert om minder nadruk te leggen op ‘jij moet het verdienen om er te zijn’ en meer praktisch na te denken hoe mensen die nú binnenkomen over vijf jaar zo goed mogelijk mee kunnen doen. Dit is volgens mij de essentie van inburgering. Het stimuleren van mensen om in te burgeren in plaats van hen te sanctioneren.  Zoals in Zweden bijvoorbeeld gebeurt, waar inburgeraars een bonus van €600,- ontvangen als zij binnen een jaar hun inburgeringscursus met een voldoende afsluiten.

Wilt u hierover van gedachten wisselen? Ik ga graag in gesprek met u.

Lisan Jansen Lorkeers
Junior adviseur B&A
T: 06 – 46 39 66 05
E: l.jansenlorkeers@bagroep.nl

 

Lisan was o.a. betrokken bij het evaluatieonderzoek ‘Bronckhorst heet welkom!’