13-11-2025

Waarom nieuwe wetten zelden oplossingen bieden

In de partijprogramma’s van verschillende politieke partijen zagen we de afgelopen tijd van alles voorbijkomen: meer of minder geld naar ontwikkelingssamenwerking, het schrappen van subsidies voor de energietransitie, het afschaffen of behouden van het eigen risico, het verlengen van de Jeugdwet naar 21 jaar en het invoeren van nieuwe wetten, zoals de Wet op Bestaanszekerheid. Vooral dat laatste viel ons op. Het klinkt mooi, maar is een goed voorbeeld van wat wij ‘wetgevingsfetisjisme’ noemen: het idee dat een nieuw probleem automatisch om een nieuwe wet vraagt. Alleen een wet invoeren betekent niet dat het probleem ook verdwijnt.

Tussen wet en werkelijkheid
Neem bijvoorbeeld het voorstel om de Jeugdwet te verlengen. Hoe wordt dat in de praktijk georganiseerd? Daarover wordt niets gezegd. Wij vragen ons af of partijen écht weten wat ze beloven. In onze onderzoeken zien we nu al wachtlijsten van drie tot zes maanden bij zowel de toegang tot gemeentelijke hulpverlening als bij partners die hulp bieden. Hoe zal dat zijn als jongeren nog drie jaar langer onder deze wet vallen?
Een wet is niets waard zonder een goed plan voor hoe de wet in de praktijk wordt uitgevoerd. De asielwetgeving is daar een treffend voorbeeld van: denk aan het voorstel om illegaliteit strafbaar te stellen. Wat lost dat in de praktijk op, en hoe moet dat dan worden uitgevoerd? Zijn er genoeg gevangeniscellen, personeel en middelen? Zulke voorstellen klinken daadkrachtig, maar lossen zelden iets op als de uitvoering niet is doordacht.

Bestaande wetten kunnen vaak makkelijker worden aangepast, wat sneller en effectiever is dan een volledig nieuwe wet opstellen.

Uitvoerbaarheid als uitgangspunt
In plaats van nieuwe wetten te maken, zouden we moeten kijken naar hoe bestaande wetgeving eenvoudiger uitvoerbaar kan worden. Bestaande wetten kunnen vaak makkelijker worden aangepast, wat sneller en effectiever is dan een volledig nieuwe wet opstellen. Wij pleiten daarom voor een praktische haalbaarheidstest vóórdat de wet wordt ingevoerd.

Misschien is een nieuwe Wet op Bestaanszekerheid helemaal niet nodig. De huidige Participatiewet biedt gemeenten al de mogelijkheid om eenvoudiger te werken. Zo koos de gemeente Wageningen er bijvoorbeeld voor om nog maar één regeling voor inkomenssteun toe te passen, in plaats van een onoverzichtelijk aanbod van vijftien verschillende regelingen.

De ruimte die gemeenten nu hebben om eigen beleid te maken, leidt er vaak toe dat zij juist méér regelingen en voorzieningen aanbieden aan inwoners. Wij zien in de praktijk dat dit het omgekeerde effect heeft. Inwoners vertellen ons dat het aanbod zo groot is, dat zij soms door de onoverzichtelijkheid geen voorzieningen aanvragen. Van hulpverleners horen we regelmatig terug dat iedereen in het systeem op elkaar zit te wachten omdat het stelsel zo ingewikkeld is. De geroemde doorbraakmethode is daarvan een goed voorbeeld: een tijdelijke oplossing om door het web van regels heen te breken. Een web dat door het systeem zelf is gecreëerd.

Mandaat en vertrouwen in de uitvoering
De overheid moet gemeenten stimuleren om eenvoudiger en effectiever te werken. Bijvoorbeeld door de zogeheten entry-exitparadox op te lossen: inwoners vinden het moeilijk om de wereld van hulp binnen te komen, maar als ze er eenmaal in zitten, is het bijna onmogelijk om er weer uit te komen. Zo blijven ze afhankelijk van gemeentelijke ondersteuning. Geef daarnaast de hulpverleners die direct met mensen werken de ruimte om beslissingen te nemen. Nu zijn hulpplannen vaak versnipperd: één persoon doet de schuldhulpverlening, een ander de jeugdhulp, weer een ander de ondersteuning van de partner. Iedereen wacht op elkaar, terwijl de inwoner stilstaat.

Leg het mandaat bij degene die het aanspreekpunt is voor de inwoner, en geef die persoon het vertrouwen om te doen wat nodig is. Nu is daar vaak de doorbraakmethode of een maatwerkoplossing voor nodig, terwijl dit de standaard zou moeten zijn. De hulpverlener die het dichtst bij de inwoner staat, moet de ruimte hebben om besluiten te nemen. Gemeenten moeten hen het vertrouwen geven dat zij dat goed kunnen. Dat is pas écht doen wat werkt.

Auteurs: